Poëzie

Geef me even tijd
Zodat mijn gedachten hun weg vinden
In de verwarde onbegrensdheid van onmogelijkheden

Traanovergoten lippen
Op een zonovergoten dag
Alles begon van achter een zonnebril

Genieten van de file naar huis
Met chocolade met nootjes en Purple rain
Terwijl ik de dag overloop
Wat was en wat niet was
Wat had kunnen zijn
En wat leuk had geweest
Wat misschien ooit zou kunnen komen
Of altijd fantasie zal blijven

spuit de inspiratie in
traveneus
of recht in m’n hart
laat het weer slaan
in mijn gezicht

adem
diep
in

stop!

te veel

The damaged ‘us’
Crawling towards never
Hidden somewhere in time

Ex-pectations

Winterweerzinwekkend
Gaan we dansen op de maan
Wie kan mij vertellen
Heeft dit alles echt bestaan

Graven gaan we
Over bruggen
Beter over doen

Ons nachtelijk wandelen
Strand omarm ons
Welkom deze keer

Neem jij lief mijn grijsje
Dit leuk aanbod van me aan
Rijk je mij je hand
Zullen we samen verder gaan

In een land waar gisteren ver is
Maar ook zo dichtbij
Bij wat je lief is en ook wie
We varen morgen uit

Winterweerzinwekkend
Smakeloos en o zo zoet
Langs de Schelde, op de trappen, waar je het ook doet

Soortgelijk gewicht
Als ik in je ogen kijk

Hoe word je dichter
Hoe kom je dichter
Bij wat je bent
Hoe geraak je verder
Van verwachtingen
Hoe geraak je verder
In dit leven
Op weg naar meer

VerDrongen op de parking
Trillend op mijn benen
En daarna nog een keer
Harten bonken hard tegen elkaar
M’n lichaam oververhit
En m’n hoofd verdoofd
Een ijskoude hand
Die langzaam warm wordt
In de jouwe
Na elke laatste keer
Komt weer een volgende keer

Waar ben ik
Waar loop ik
Waar ga ik naartoe

Compleet gedesoriënteerd

De gps vraagt of ik de routebegeleiding wil verderzetten
Verdomd goede vraag

Ik weet niets meer

Er moet iets met mijn hoofd gebeuren
Zo kan ik niet verder
Ik ga naar de kapper
Maar ik ken de code van mijn kaart niet meer

Het ziet er nu beter uit
Van buiten
Binnenin
Complete chaos

Wat ben je
Wat kan je zijn
Een wilde fantasie
Waarin jij een perfecte bass rif speelt
Ik over je schoot ga zitten
Mijn armen over je schouders sla
En mijn tong in je mond duw
Omdat muziek iets met je doet
Wakker schudt
Terug tot leven brengt
Ook al kan je niets zijn
Misschien is het leven er gewoon
Om de zotste versie van wie je wil zijn
Tot leven te laten komen

Al wat daar jouw lippen overkroop
En er kwijlend van genot afliep
Is nog steeds niet droog

Want ik hield mijn verliefde mondje dicht
en dronk zo jouw woorden

En wat er bij jou als koud kwijl uitkwam
waren bij mij hete tranen van onmacht

En jij lachte voldaan
en veegde met je natte hand
je mond af

En hij gaf het zwembad nog wat water

Zo heel soms
Kom ik helemaal tot leven
Dan wil ik dread locks
En nog een grote tattoo op mijn arm erbij
Dan wil ik op het randje van pornografische poëzie schrijven
Dan wil ik dingen zingen die geen liedjes zijn
Dingen doen die niet echt iets zijn
Dan voel ik me zo tot leven komen
Zo soms heel even

Maar dan komt er weer het ingehoudene
Het ‘omdat dat niet hoort’
En wat gaan ze dan denken

En dan wordt die tattoo terug onder een lange mauw geschoven
De dread locks er maar terug afgeknipt
En blijft het leven stil in een schuifje zitten
Zich afvragend of ‘zoals het hoort’
Wel is zoals het hoort

De herfst regent dansend naar het einde

Vaag gehouden gedachten
Verweven met verwijzingen
En heerlijke alliteraties
Naar liedjes melodietjes uit vervlogen tijd

Juist
Daarvoor doe ik het

You wake me up inside
Wakkert het vuur terug in me aan
Schudt de muze door elkaar
En houdt haar keel toe
Zodat ze weer wat te zeggen heeft

Ver weg van de rest
Woorden niet begrijpen
Ook zweven in leegten geweldig
en dan
zwaar
moeite doen
om niet weg te zakken
hard
werken
en dan mensen teleurstellen
kansen vergooien
en een beetje          hebben achteraf
maar toch tof

Hot dog

Een natte tong over mijn voorhoofd
Hijgend
En druppend
Over mijn eerste nieuwe woorden

Hou ik mijn schrift maar bij de hand
Zoals de emmer als je ziek bent
Voor als er nog iets zou komen

Plat en weer recht
Keere weerom
Groener gras
Duinen in ’t geheim
Waar iedereen ons ziet
En hoort
Met drie tegelijk
Nadat het sprintje was getrokken

Stofloos onomwonden
Geweldig na een tijdje
Voorbereid, maar niet gewaarschuwd
Tussen de oren
En horens
Ongehoord onthaard

Wat wil je later worden?
Wil je water worden?
Wil je zwemmen of wil je zweven?
Hoe wil je het allemaal beleven?
Sta op en wandel
Of blijf nog wat wachten
Tot …
Wanneer?

De woorden
vullen mijn hoofd
dat het papier vult
als het zou moeten slapen
omdat we daar morgen
misschien spijt van gaan hebben

Maar ‘liever spijt achteraf dan braaf’ zei hij
die namiddag
dat ik een beetje teveel gedronken had
en een erg kort rokje aanhad

O passie
die me gijzelt
op deze laatste uren
voor de weg naar huis
waar alles kan en mag
waarvoor ik alles al heb
het enige dat me rest
is de beslissing nemen
die elke gezonde geest
me zou afraden

En ik neem
het verdriet van vandaag
op
en leg het te drogen
voor
het verdriet van morgen

Rijdend en wachtend op treinen
En er tussen

Dansend op perrons en eronder in de gangen
Als in een musical waar niemand vreemd van opkijkt

Hoe later hoe jonger en stouter
Maar dan ook weer hoe samener

Als je dacht dat iedereen op dit uur sliep
Of op zijn minst voor tv hing
Bleek iedereen gewoon op een trein te zitten

Ga je wassen zei ik
En hij verdween uit het zicht

Zij zei het ook al aan zee
Wat een nacht had hij kunnen beleven
Als hij haar niet had tegen gehouden

Maar kansen gaan voorbij
Als de trein waar je te snel bent opgesprongen
Abrupt vertrekt

Maar vertrekken zou hij anyway
Of je er nu opzat of niet

Ik wil maar zeggen
Kansen moet je grijpen
Als er geen verlengingen komen

En daar in die saaie hotellobby
Waar de namaak haard niet eens vuur maakte
Misschien omdat het zomer was

En de barman Nikki
Die hoopte dat onze nacht leuker zou zijn dan de zijne
Maar uiteindelijk deden we er ook niet zoveel mee